BOMEN VERHALEN

Voddenbomen in Hasnon

Bij Hasnon, een dorp in het noorden van Frankrijk, staat pal naast de D40 een klein wit kapelletje. Het heet la chapelle de Bon Dieu de Gibloux. Wat veel meer in het oog springt is een kleurige boom. Eenmaal dichtbij zie je dat het kleren, lappen, fotootjes en linten zijn. Schuin achter de kapel staat een grote conifeer, waar ook kleding in gehangen is. Broeken, hemdjes, strodassen, babykleertjes en veel sokken en zakdoeken.

Dit kapelletje is al tientallen jaren een plaats van hoop. Pelgrims hechten kleren van zieken aan de takken, in de hoop dat deze de pijn zullen overnemen. In Hasnon wordt gezegd dat wanneer het kledingstuk uit de boom valt, de zieke zal genezen.

In 1916 onderzocht botanicus en volkskundige Jean Chalon in België deze fetisj-, vodden- of geneesbomen. Hij telde er toendertijd een honderdtal. Pijnoverdracht is altijd het idee: je geeft de ziekte door aan een voorwerp, dier of plant.

Bij Hasnon staan de geneesbomen zelf te blaken van gezondheid.



De treurceder van Pieter Sportel

Bijna dagelijks verwonder ik mij over deze boom in onze straat. De ene keer vind ik hem zielig, dan weer eens grappig of eigenwijs. Om nou als boom je takken zo naar de grond te richten. En dan wel gestut worden met leidraad en palen… Kortom, een boom die vragen oproept. Op het moment dat ik deze rare fotografeer word ik aangesproken door Henny Tichelaar. Zij woont in het huis waarbij de boom staat. ‘Het is een treurceder die mijn man lang geleden geplant heeft.’

Een dag later ontmoet ik haar man, Pieter Sportel. Hij pakt zijn coniferenboek erbij en laat me de plaatjes zien van de gewone ceder en de treurceder. Hij vindt ze mooi bij elkaar passen en plant in 2002 een klein exemplaar van de treurceder. ‘Die gewone stond er al toen we hier kwamen wonen.’ De paal die de treurboom ondersteunt, is onder de grond verrot, dus de boom staat wel zelfstandig, ook al lijkt dat niet zo. Of de boom ook denappels produceert weet Pieter eigenlijk niet. Maar als hij bij de boom poseert voor een portret wijst hij op een eenzame denappel.



De wilgen in het Busemanparkje

Meneer Teuben woont al 50 jaar met uitzicht op de oude wilgen in het Busemanparkje. Hij observeert met zijn verrekijker graag de specht die altijd in een van de twee bomen zit. Dit voorjaar begon Teuben zich zorgen te maken over een van de bomen. Er zat een flinke scheur in zijn bast. De gewaarschuwde gemeente besloot dat het te gevaarlijk werd om de boom ongemoeid te laten. Met harde wind weet je het maar nooit.

De wilg werd twee weken geleden afgezaagd. De flinke stomp die er nu van over is zal weer uitlopen. De specht is voorlopig zijn plekje kwijt, maar is nog wel in de buurt. Teuben heeft hem al gespot.

De andere wilg die nóg veel mooier was, is vorig jaar ‘gekortwiekt’. Hij was heel breed vertakt. Teuben verzucht dat hij nu nergens meer op lijkt. ‘Erg jammer, maar ook bomen hebben niet het eeuwige leven.’